Een verhaal over mijn leven – 3 –

Mijn leven, waar begint dat eigenlijk? Na het lezen van Plantaardig, vegetatieve filosofie is me duidelijk dat alles eigenlijk –  dus ook mijn leven –  bij de oerknal (en waarschijnlijk daarvoor 😉 is begonnen.
Alles in mijn lichaam is ontstaan bij/na de oerknal. Maar maak je geen zorgen, ik ga hier geen geschiedenis vanaf de oerknal oplepelen, als ik dat al zou kunnen. Wil je daarover weten, dan kun je – voor maar liefst vier uur – prima terecht bij Maarten van Rossem met zijn Geschiedenis in het groot, een hoorcollege over de wereldgeschiedenis, van de big bang tot op heden (nauwelijks meer leverbaar, maar in de meeste bibliotheken te leen).

Toch is er wel iets over te zeggen. Door Plantaardig en Maartens hoorcollege (trouwens ook door Het periodiek systeem van Primo Levi) ben ik me (enigszins) bewust van mijn voorgeschiedenis. Alles wat er zich in mijn lichaam bevindt ontstond in/na de oerknal. Een ‘paar jaar’ later was er de aarde en weer wat later ontstond leven, kleine beestjes, eerst in water, later op land, weer later werden dat planten. Met die planten kan ik me al enigszins verwant voelen. Dat klopt ook, want genetisch ben ik er inderdaad voor een groot deel verwant mee. Meer nog met dieren via mijn evolutionaire stamboom, maar dus ook met planten.

Op de een of andere manier vind ik dat belangrijk. Om me te realiseren dat ik daar vandaan kom. Dat heeft natuurlijk te maken met mijn – nog steeds onwankelbare – atheïsme, waarover ik eerder heb geschreven. Hoe het hier allemaal op aarde is ontstaan weten we niet, maar het idee van een god, een schepper, een kracht in de kosmos of hoe je het ook noemt, is me volkomen vreemd. En – eerlijk gezegd – is het me ook een raadsel dat 90% van de mensheid daar wel in gelooft, al is het maar in ‘iets’.

We leven in een grote kosmische tombola, waarin allerlei krachten, zichtbaar en onzichtbaar ons vormen en beïnvloeden. De rol die wij daarin – als persoon, als ego – spelen is heel klein. We zijn/worden voor een groot deel bepaald door onze enorme evolutionaire stamboom. Niet alleen door onze ouders en grootouders, maar ook door alles wat zich daarvóór heeft afgespeeld. Zo is het; anders kan ik er niet over denken.
Maar ik moet ook eerlijk toegeven dat ik het idee van die plantaardige eigenschappen niet veel meer oplevert dan een vaag besef van iets plantaardigs in me. Er meer zinvols over zeggen/schrijven lukt me niet. Daarvoor is nog wat meer studie vereist en wellicht zinvolle gesprekken met deze of gene.

Toch, zonder me op de borst te kloppen, vind ik het best dapper dat ik (en velen met mij, gelukkig) de moed hebben om die tombola onder ogen te zien en daarin een eigen weg te vinden, zonder terug te vallen op allerlei rare fantasieën en sprookjesverhalen. Op eigen kracht, voorzover mogelijk, natuurlijk.

(wordt vervolgd)

 

Advertenties

Een verhaal over mijn leven? – 2 –

Toen ik een jaar of dertien was begon ik een dagboek. Ik weet het niet precies, maar het heeft niet lang geduurd, misschien een paar bladzijden. Toen was de lol er blijkbaar af.

Zou het ook zo gaan met dit verhaal over mijn leven? De eerste keer schreef ik erover ruim een maand geleden en daarna is er niets meer van gekomen. Drukke tijden? Nee, niet echt, alhoewel een hittegolf zoals de huidige je niet echt aanspoort tot achter je computer zitten.
Wel heb ik erover nagedacht hoe e.e.a. aan te pakken. En eigenlijk kan ik daarmee nu beginnen.
Wat houdt me tegen? Ik zou het niet weten. Dat niemand er interesse in heeft? Dat het een onmogelijke taak is, dat het een saai, niet leesbaar verhaal zou worden?
Of ben ik gewoon een zeur en moet ik nu maar eens aan de slag?

(wordt vervolgd)

Middelmatigheid, meen je dat echt?

Hier en daar vertel ik voorzichtig dat ik deze site ben begonnen en stuit daarbij – op een enkele uitzondering na – op verbazing en onbegrip. “Jij middelmatig, kom nou! Als er iemand niet middelmatig is, dan ben jij het wel. Met al je/jullie projecten en acties, bedrijven en initiatieven, hoe kun je dat nou middelmatig noemen?”

  • “De mensen, die het best in de wereld slagen, zijn zij, die de geest van de middelmatigheid hebben.”
    Rémy Montalée, Frans toneelschrijver, 19e eeuw.
  • “Middelmatigheid van geest en traagheid maken meer wijsgeren dan het nadenken.”
    Vauvenargues, Frans filosoof, 1715-1747.

Ik geef toe, het is nogal vaag en onduidelijk wat ik zeg en probeer op te schrijven. Toch dringt steeds meer tot me door dat ikzelf niet anders meer kan denken over mijn leven dan als middelmatig, normaal, niet bijzonder. “Ben je niet depressief aan het worden?” werd me ook gevraagd. Nee, juist niet, mijn middelmatigheid, mijn niet-bijzonderheid voelt juist als een opluchting. Er is misschien een andere manier waarop ik dat duidelijk kan maken.

Hanneke kreeg een boek aangeraden: Plantaardig, vegetatieve filosofie. Een wonderlijk boek. Sommige delen zijn goed leesbaar en maken duidelijk waar het de schrijver om gaat.

Wij mensen zijn meer verwant aan planten en bomen dat we beseffen. De plantaardige natuur heeft ook veel meer om het lijf dan we denken, is veel intelligenter en georganiseerder dan we ons realiseren. We zouden ons daar meer naar moeten gedragen. Andere delen van het boek zijn – in ieder geval voor mij – grotendeels onbegrijpelijke aaneenschakelingen van citaten van een menigte aan biologen, wetenschappers en filosofen uit alle eeuwen, gelardeerd met complexe zinnen die je de haren te berge doen rijzen.

Toch is het een zinnig verhaal dat in al die tekst verborgen is. Enigszins te begrijpen als je de groene bladzijden leest die aan ieder van de zes delen van het boek voorafgaan. En ook door de waarschuwing van de schrijver, voor in het boek: “U ziet uzelf graag als iemand die zelf nadenkt, informatie verzamelt en beslissingen neemt. U erkent wel dat u bepaald wordt door driften en genen, maar dan toch in mindere mate dan dieren. Laat staan planten en bomen. Zij kunnen niet bewegen, nemen geen beslissingen en werken niet samen, zoals hogere organismen. Dacht U”.

 

 

Een verhaal over mijn leven?

In en om dit bureau en in de kast (foto links) staat zo’n beetje alles wat ik bewaard heb van de afgelopen bijna 72 jaar.

Al lang denk ik, af en toe, het is geen obsessie, aan het schrijven van een verhaal over mijn leven.
Op de een of andere manier komt het er niet van, maar dat stopt het denken erover niet. Bij het doorbladeren van foto-albums, bij het lezen van boeken, zoals nu Bonjour tristesse of als ik de papieren restanten van mijn leven aan het ordenen en opbergen ben in ordners en archiefdozen.
Het is aardig wat, maar niet zoveel dat het een onoverkomelijke klus zou zijn e.e.a. nog meer en overzichtelijker te ordenen en aan de hand ervan een chronologisch verslag te maken, want dat zou het m.i. moeten worden.

Maar wat wil ik ermee?

Wat ik wil zeggen, althans dat dringt zich steeds sterker aan me op, is dat mijn leven eigenlijk heel gewoon en middelmatig is geweest. Voor een aanzienlijk deel grotendeels onbewust en zonder sturing (althans door mezelf). Ik heb eigenlijk maar wat gedaan, op mijn gevoel afgaand, denk ik, maar zeker ben ik er niet van. Je zou ook kunnen zeggen dat ‘op mijn gevoel afgaan’ niet onbewust en ongestuurd is. Maar mijn gevoel lijkt met (na vele jaren) toch een slechte raadgever. Of toch niet. Ik weet het niet.

Als ik zoiets vertel aan familie, vrienden of kennissen, dan reageren ze met ongeloof: jij, middelmatig? Je hebt zoveel ondernomen in je leven, zoveel banen, bedrijven, projecten, acties en nog veel meer. Zoveel bereikt ook. Hoe kan jouw leven nou gewoon of middelmatig zijn?
Er is natuurlijk meer dan alleen middelmatigheid, maar dit voert momenteel de boventoon (ik word binnenkort 72).

Voor wie zou ik het schrijven?

Het eerste denk ik dan aan Michaël, mijn oudste zoon, vooral natuurlijk omdat hij er – naast Hanneke – het meest mee te maken heeft gehad. Ook wel anderen, Hanneke natuurlijk, alhoewel ik denk dat het haar misschien toch minder zal interesseren, omdat zij – hoogstwaarschijnlijk – al een beter beeld heeft van mijn leven dan ikzelf. Misschien is het voor meer mensen interessant. Zeker weet ik dat het geen ‘grootse literatuur’ is of zou kunnen worden, ondanks af en toe spannende en gekke verhalen. Eerdere pogingen in die richting hebben me geleerd dat ik daar niet toe in staat ben.

  • Toen ik een jaar of 9 was, kreeg ik voor een opstel op school een hoog cijfer en vertelde dat trots aan mijn vader. Ik wil later schrijver worden, zei ik.
    Zijn antwoord was: nooit doen jongen, in Nederland valt daar geen droog brood mee te verdienen.

Toch houd ik van schrijven

Het heeft wel even geduurd voordat ik serieus ging schrijven, want tijdens mijn school en studie stelden het niet veel voor. De interesse voor schrijven en wat dat betekende en teweeg kon brengen, kwam pas op gang toen ik bij Stimezo Nederland werkte, waar ik in contact kwam met mensen (Paul Schnabel, Evert Ketting, Paul van Brederode en Ruut Veenhoven) die ieder op hún manier interessante teksten voortbrachten, en waarvan ik toen (met anderen) de ‘vormgever/uitgever’ was.
Maar ook in die periode en toen ik afstudeerde bij en werkte aan de EUR voor Jan Buiter stelde mijn schrijven nog niet veel voor. Sommige stukken schaam ik me gewoon voor en ben blij dat ze waarschijnlijk door niemand meer gelezen zullen worden. Het andere kon ermee door, maar mijn draai had ik duidelijk nog niet gevonden. En die zou ik ook niet vinden in de wetenschappelijke wereld.

(wordt vervolgd)

De edele kunst van not giving a fuck

Een boek dat ik moet gaan lezen, lijkt me …

Uit een recensie op Bol.com, geschreven door Jannetta van der Zee:

Dit boek wordt op de achterflap een ‘boek voor zelfhulphaters’ genoemd. De auteur is blogger en zijn blogs hebben maandelijks meer dan twee miljoen bezoekers. In dit boek hekelt hij de volgens hem heersende norm dat je altijd positief ingesteld moet zijn, dat je altijd gelukkig moet zijn en altijd moet streven naar positieve ervaringen. Hij is van mening dat je juist van negatieve ervaringen kunt leren en dat het belangrijk is om keuzes te maken. Keuzes in waar je wel en niet ‘een fuck om geeft’ (zoals hij het verwoordt) oftewel waar je je wel en niet druk om wilt maken. De auteur wil de lezer met dit boek leren om te gaan met zijn eigen tekortkomingen en met verlies, om dingen die niet meer belangrijk zijn los te laten en zo een realistisch beeld van het bestaan te krijgen. Hij geeft ook aan hoe hij zelf gevormd is tot wie hij nu is. Het boek is geschikt voor mensen die bewust in het leven willen staan en die kritisch zijn naar wat er zoal wordt gepubliceerd over ‘gelukkig en succesvol zijn’.

 

Gelukkig worden, hoe doe je dat?

Hoe meer ik nadenk over het leven, hoe meer ik tot de conclusie kom dat het helpt de middelmatigheid ervan onder ogen te zien. Niet omdat het leven niets waard is en alleen maar saaiheid en teleurstelling. Juist niet!

We (ik) zijn al heel lang het slachtoffer van het nogal dominantie idee dat je – om gelukkig – te worden iets heel speciaals moet doen, iets moet presteren, boven de rest uitstijgen, je passie moet volgen, er helemaal voor gaan etc. etc. etc.
Duizenden boeken zijn gepubliceerd om ons te leren dat je alleen gelukkig kunt zijn/worden als je maar …