Middelmatig tegen de wind leunen …

Zoon Michaël wees ons op de film die momenteel in filmhuizen draait: Leaning into the wind, over het leven en werk van landschapskunstenaar (eigenlijk geen goede term) Andy Goldsworthy. Die hebben we gisteren gezien en dat was helemaal de moeite waard. Niet alleen omdat het een prachtige film is over een heel bijzondere kunstenaar, maar ook omdat het allemaal aansloot bij wat ik hier probeer duidelijk te maken.  Hieronder een aantal punten die de film zo waardevol maakten.

  • De rol van kunstenaars is om ons op een andere – niet rationele, niet wetenschappelijke – manier naar de werkelijkheid te laten kijken. Wat tot inzichten kan leiden die misschien wel veel verder gaan dan al onze wetenschappelijke ontdekkingen. En dat doet deze Andy precies. Wat aansluit bij een boek dat ik lees: De geschiedenis van het denken, filosofie, wetenschap, kunst en cultuur van de oudheid tot nu van André Klukhuhn.
  • Goldsworthy gaat nog verder dan Oudemans over wie ik hier eerder schreef, die ons voorhoudt dat we ons meer bewust moeten zijn van het plantaardige in onszelf. Hij laat zien dat je nog verder terug, of letterlijk dieper kan gaan door je meer met de aarde, de stenen, de rotsen te verbinden. Het gekliefde stenen pad is daar een sprekend voorbeeld van.
  • Ik durf het bijna niet te zeggen bij deze grootheid, maar ik voel me met mijn kabouterhuisjes aan hem verwant. Het is natuurlijk maar mini-mini en uiterst middelmatig, maar mijn kabouterhuisjes doen hetzelfde met de ‘natuur’ om ons heen, door je te ‘verleiden’ er eens heel anders naar te kijken, onbevooroordeeld, zonder je verstand … als een kind. Zoals hier en hier beschreven.

 

 

Advertenties

Een verhaal over mijn leven – 5 –

Oplettende lezers van dit vreemde blog zullen inmiddels wel denken: wanneer begint die vent nou eens met dat verhaal? We krijgen wel allerlei – min of meer – vaag geklets over ons heen over middelmatigheid, over plantaardig leven, de oerknal en wat al niet, maar waar blijft het verhaal over dat leven van Rob nou?

Dames en heren, ik moet u gelijk geven, dit duurt te lang. Wat is er aan de hand? Waar zit de weerstand om gewoon beginnen te vertellen hoe mijn leven zo’n beetje verlopen is? Het ligt er niet aan dat er misschien weinig ‘publiek’ is voor dit verhaal. De familieleden (en enkele anderen), waarvan ik verwacht dat ze het zouden willen lezen, zijn voldoende reden om aan de slag te gaan.
Nee, de weerstand zit erin dat dit voor mij echt een soort samenvatting van alles zal zijn, een definitief oordeel. Hoe ben ik hier gekomen? Wie ben ik geweest, wat heb ik gedacht en gedaan en wat is het eindresultaat van dat alles?

Ik moet toegeven dat het begrip middelmatigheid misschien wel een manier van me is geweest om me op voorhand vrij te pleiten van de periodes waarin ik (te) weinig of niets heb bereikt. Anders gezegd, zoals ik laatst tijdens een gesprek met drie dames ontdekte, als ik eerlijk ben, had ik meer willen bereiken dan ik héb bereikt. Het spijt me dat ik mijn energie, talenten en intelligentie lang niet altijd goed heb gebruikt, maar achter andere dingen heb aangerend zonder veel na te denken.
Maar hierbij beloof ik dat het afgelopen is met dat ellenlange voorwoord zonder kop noch staart. Vanaf de volgende post volgt het concrete verhaal van mijn leven.

Een verhaal over mijn leven – 4 –

Van vriend Jaap kreeg ik een uitgebreide reactie op het vorige stuk (- 3 -) met dit onderwerp. Hieronder mijn antwoord aan hem.

Beste Jaap,

Dank voor je uitgebreide reactie. Het komt maar zelden voor dat lezers van m’n blog me zo’n reactie sturen. Ik stel dit bijzonder op prijs en doe hierna een poging antwoord te geven op de verschillende punten die je aan de orde stelt.

Wat mijn motivatie is?

Je valt direct met de deur in huis door die vraag te stellen. Waarom een verhaal, of erger nog: een ‘evaluatie’ als ik blijkbaar al tot een conclusie ben gekomen?
Laat ten eerste dat woord ‘evaluatie’ maar vallen. Dat had ik beter niet kunnen gebruiken. Het gaat me er eigenlijk om een verhaal op te schrijven dat wellicht de moeite waard is om gelezen te worden door mijn zonen en hun kinderen, Hanneke, haar kinderen, enkele familieleden en vrienden en – wie weet – nog andere belangstellenden. Niet als een verantwoording of evaluatie, maar als een verhaal dat hopelijk iets toevoegt aan wat ze al van me weten. Een nadere kennismaking, zeg maar. Voor na mijn dood, maar ook voor nu, voorzover al beschikbaar via dit blog.

Daarbij komt zeker mijn middelmatigheid (of de veronderstelling daarvan) aan de orde. Ik vind het zinvol juist daarover te schrijven, omdat middelmatigheid een te negatieve klank heeft en überhaupt niet de moeite lijkt om het over te hebben. Wat ik nu juist wel vind. Maar ik geef toe dat het allemaal wat verwarrend overkomt.

Eerst doen, dan denken

Dat heeft te maken met een typische eigenschap van me: eerst doen, dan denken. Ik zal waarschijnlijk op mijn 72ste niet veel meer veranderen op dat vlak. Mijn hele leven ben ik vaak ergens pardoes ingesprongen zonder veel nadenken, laat staan overwegen. Iets sprak me aan, het voelde goed, dus deed ik het. Vaak kwam ik er pas later achter wat het precies inhield waarvoor ik ‘gekozen’ had. Soms ook ontdekte ik dat er eigenlijk iets achter stak, wat ik niet wist toen ik ervoor ‘koos’, maar wat wel waardevol bleek te zijn. Overigens bleek ook vaak dat ik beter niet had kunnen beginnen aan zo’n impulsieve keus.

Dat je zo ‘leeft’ tot je zo’n beetje meerderjarig bent, is – op enkele uitzonderlijke mensen na – vrij normaal. Maar ook na mijn 20ste heb ik nog vele jaren van alles gedaan, zonder er goed bij na denken. Trouwen bijvoorbeeld. Wel begrijpelijk dat ik dat zo snel deed, na de rampspoed en ellende die zich in mijn ouderlijke gezin had afgespeeld de laatste jaren van m’n middelbare school.
Maar ook de studiekeuzes die ik maakte. Als ik daaraan terugdenk, waren die meer ingegeven door – eerst – de richting waarin mijn ouders me duwden (ingenieur worden), later door vrienden die culturele antropologie studeerden, weer later door een gewaardeerde relatie die me stimuleerde af te studeren als bedrijfssocioloog in Rotterdam. Allemaal keuzes die ik niet doordacht. Ik heb best veel aan die studies gehad, maar echt bij me passen deden ze niet. Pas veel later kwam ik erachter welk werk ik echt zinvol vond en waarin ik ook redelijk goed ben geworden.

Ik rotzooi maar wat aan

Ik zou middelmatigheid niet als een geuzennaam willen zien, omdat het geen keuze is, het overkwam me. Karel Appel rotzooide wel wat aan, maar dat deed hij – denk ik – heel bewust. Bij mij was dat niet zo. Niet dat ik denk dat het in mijn geval (en vele anderen) meer bewuster had kunnen of moeten gaan, maar het is en was een vrij willekeurig en door van alles gestuurde ontwikkeling, waar vaak best iets aardigs is uitgekomen, maar af en toe ook weinig fraais. Inderdaad zoals je de ontwikkeling van een boom beschrijft. Die hier aan de kust scheef staat door de westenwind, wat hij ook koos of (zogenaamd) wilde. Of waarvan een grote tak verdort door de droogte en afbreekt.

Jou zit die middelmatigheid niet helemaal lekker. Het spijt me dat ik het niet duidelijker kan zeggen, maar dat is nu precies wat ik aan de orde wil stellen. De meesten van ons (zoals in de normaal-curve boven dit blog) zijn gewoon middelmatig, maar dat is niet negatief, we vormen de overgrote meerderheid. Juist het besef van middelmatigheid kan me – denk ik – wat verder helpen in de richting van meer bewuste keuzes en richting. Maar nu draai ik in een kringetje rond, want als ik Oudemans moet geloven (waartoe ik geneigd ben) dan heeft het stellen van doelen überhaupt geen zin, omdat het in het leven toch allemaal anders (middelmatiger!) loopt.

Ja, en het is nodig om ‘middelmatigheid’ nader te omschrijven. Maar daarover later, want eenvoudig is dat niet. Langzamerhand vraag ik me ook af of middelmatigheid eigenlijk wel de juiste term is om duidelijk te maken wat ik wil zeggen/voel. Het onderwerp middelmatigheid (als blog) ben ik eigenlijk ook ingesprongen zonder er wat langer over na te denken. Hier zit ik, ik kon blijkbaar niet anders.
Wel weet ik dat het niet om het vergelijken gaat met anderen, Einstein of niet. Het gaat meer over hoe het leven en levens als de onze in elkaar zitten, hoe die zich ontwikkelen. Woorden die daarmee te maken hebben zijn: willekeur, toeval, (on)geluk. Heel gewoon, met misschien af en toe een uitschieter naar de goede of de slechte kant. En of ik daar nu echt voor gekozen hebt?

Zijn

Ik begrijp enigszins wat je zegt over ‘zijn’ en Heidegger. Maar zelf heb ik moeite om te zeggen: ik ben, en dat is me voldoende of daar geniet ik van. Misschien zal het daarop uitdraaien; ik denk dat jij daar verder in bent dan ik.

Zo langzamerhand staat mijn ‘autobiografie’ in de stijgers. Het zal meer een aantal autobiografische verhalen worden.
Binnenkort komen daar stukken van op papier en op dit blog te staan.
(wordt vervolgd)

Middelmatigheid, meen je dat echt?

Hier en daar vertel ik voorzichtig dat ik deze site ben begonnen en stuit daarbij – op een enkele uitzondering na – op verbazing en onbegrip. “Jij middelmatig, kom nou! Als er iemand niet middelmatig is, dan ben jij het wel. Met al je/jullie projecten en acties, bedrijven en initiatieven, hoe kun je dat nou middelmatig noemen?”

  • “De mensen, die het best in de wereld slagen, zijn zij, die de geest van de middelmatigheid hebben.”
    Rémy Montalée, Frans toneelschrijver, 19e eeuw.
  • “Middelmatigheid van geest en traagheid maken meer wijsgeren dan het nadenken.”
    Vauvenargues, Frans filosoof, 1715-1747.

Ik geef toe, het is nogal vaag en onduidelijk wat ik zeg en probeer op te schrijven. Toch dringt steeds meer tot me door dat ikzelf niet anders meer kan denken over mijn leven dan als middelmatig, normaal, niet bijzonder. “Ben je niet depressief aan het worden?” werd me ook gevraagd. Nee, juist niet, mijn middelmatigheid, mijn niet-bijzonderheid voelt juist als een opluchting. Er is misschien een andere manier waarop ik dat duidelijk kan maken.

Hanneke kreeg een boek aangeraden: Plantaardig, vegetatieve filosofie. Een wonderlijk boek. Sommige delen zijn goed leesbaar en maken duidelijk waar het de schrijver om gaat.

Wij mensen zijn meer verwant aan planten en bomen dat we beseffen. De plantaardige natuur heeft ook veel meer om het lijf dan we denken, is veel intelligenter en georganiseerder dan we ons realiseren. We zouden ons daar meer naar moeten gedragen. Andere delen van het boek zijn – in ieder geval voor mij – grotendeels onbegrijpelijke aaneenschakelingen van citaten van een menigte aan biologen, wetenschappers en filosofen uit alle eeuwen, gelardeerd met complexe zinnen die je de haren te berge doen rijzen.

Toch is het een zinnig verhaal dat in al die tekst verborgen is. Enigszins te begrijpen als je de groene bladzijden leest die aan ieder van de zes delen van het boek voorafgaan. En ook door de waarschuwing van de schrijver, voor in het boek: “U ziet uzelf graag als iemand die zelf nadenkt, informatie verzamelt en beslissingen neemt. U erkent wel dat u bepaald wordt door driften en genen, maar dan toch in mindere mate dan dieren. Laat staan planten en bomen. Zij kunnen niet bewegen, nemen geen beslissingen en werken niet samen, zoals hogere organismen. Dacht U”.

 

 

Een verhaal over mijn leven?

In en om dit bureau en in de kast (foto links) staat zo’n beetje alles wat ik bewaard heb van de afgelopen bijna 72 jaar.

Al lang denk ik, af en toe, het is geen obsessie, aan het schrijven van een verhaal over mijn leven.
Op de een of andere manier komt het er niet van, maar dat stopt het denken erover niet. Bij het doorbladeren van foto-albums, bij het lezen van boeken, zoals nu Bonjour tristesse of als ik de papieren restanten van mijn leven aan het ordenen en opbergen ben in ordners en archiefdozen.
Het is aardig wat, maar niet zoveel dat het een onoverkomelijke klus zou zijn e.e.a. nog meer en overzichtelijker te ordenen en aan de hand ervan een chronologisch verslag te maken, want dat zou het m.i. moeten worden.

Maar wat wil ik ermee?

Wat ik wil zeggen, althans dat dringt zich steeds sterker aan me op, is dat mijn leven eigenlijk heel gewoon en middelmatig is geweest. Voor een aanzienlijk deel grotendeels onbewust en zonder sturing (althans door mezelf). Ik heb eigenlijk maar wat gedaan, op mijn gevoel afgaand, denk ik, maar zeker ben ik er niet van. Je zou ook kunnen zeggen dat ‘op mijn gevoel afgaan’ niet onbewust en ongestuurd is. Maar mijn gevoel lijkt met (na vele jaren) toch een slechte raadgever. Of toch niet. Ik weet het niet.

Als ik zoiets vertel aan familie, vrienden of kennissen, dan reageren ze met ongeloof: jij, middelmatig? Je hebt zoveel ondernomen in je leven, zoveel banen, bedrijven, projecten, acties en nog veel meer. Zoveel bereikt ook. Hoe kan jouw leven nou gewoon of middelmatig zijn?
Er is natuurlijk meer dan alleen middelmatigheid, maar dit voert momenteel de boventoon (ik word binnenkort 72).

Voor wie zou ik het schrijven?

Het eerste denk ik dan aan Michaël, mijn oudste zoon, vooral natuurlijk omdat hij er – naast Hanneke – het meest mee te maken heeft gehad. Ook wel anderen, Hanneke natuurlijk, alhoewel ik denk dat het haar misschien toch minder zal interesseren, omdat zij – hoogstwaarschijnlijk – al een beter beeld heeft van mijn leven dan ikzelf. Misschien is het voor meer mensen interessant. Zeker weet ik dat het geen ‘grootse literatuur’ is of zou kunnen worden, ondanks af en toe spannende en gekke verhalen. Eerdere pogingen in die richting hebben me geleerd dat ik daar niet toe in staat ben.

  • Toen ik een jaar of 9 was, kreeg ik voor een opstel op school een hoog cijfer en vertelde dat trots aan mijn vader. Ik wil later schrijver worden, zei ik.
    Zijn antwoord was: nooit doen jongen, in Nederland valt daar geen droog brood mee te verdienen.

Toch houd ik van schrijven

Het heeft wel even geduurd voordat ik serieus ging schrijven, want tijdens mijn school en studie stelden het niet veel voor. De interesse voor schrijven en wat dat betekende en teweeg kon brengen, kwam pas op gang toen ik bij Stimezo Nederland werkte, waar ik in contact kwam met mensen (Paul Schnabel, Evert Ketting, Paul van Brederode en Ruut Veenhoven) die ieder op hún manier interessante teksten voortbrachten, en waarvan ik toen (met anderen) de ‘vormgever/uitgever’ was.
Maar ook in die periode en toen ik afstudeerde bij en werkte aan de EUR voor Jan Buiter stelde mijn schrijven nog niet veel voor. Sommige stukken schaam ik me gewoon voor en ben blij dat ze waarschijnlijk door niemand meer gelezen zullen worden. Het andere kon ermee door, maar mijn draai had ik duidelijk nog niet gevonden. En die zou ik ook niet vinden in de wetenschappelijke wereld.

(wordt vervolgd)

De edele kunst van not giving a fuck

Een boek dat ik moet gaan lezen, lijkt me …

Uit een recensie op Bol.com, geschreven door Jannetta van der Zee:

Dit boek wordt op de achterflap een ‘boek voor zelfhulphaters’ genoemd. De auteur is blogger en zijn blogs hebben maandelijks meer dan twee miljoen bezoekers. In dit boek hekelt hij de volgens hem heersende norm dat je altijd positief ingesteld moet zijn, dat je altijd gelukkig moet zijn en altijd moet streven naar positieve ervaringen. Hij is van mening dat je juist van negatieve ervaringen kunt leren en dat het belangrijk is om keuzes te maken. Keuzes in waar je wel en niet ‘een fuck om geeft’ (zoals hij het verwoordt) oftewel waar je je wel en niet druk om wilt maken. De auteur wil de lezer met dit boek leren om te gaan met zijn eigen tekortkomingen en met verlies, om dingen die niet meer belangrijk zijn los te laten en zo een realistisch beeld van het bestaan te krijgen. Hij geeft ook aan hoe hij zelf gevormd is tot wie hij nu is. Het boek is geschikt voor mensen die bewust in het leven willen staan en die kritisch zijn naar wat er zoal wordt gepubliceerd over ‘gelukkig en succesvol zijn’.

 

Gelukkig worden, hoe doe je dat?

Hoe meer ik nadenk over het leven, hoe meer ik tot de conclusie kom dat het helpt de middelmatigheid ervan onder ogen te zien. Niet omdat het leven niets waard is en alleen maar saaiheid en teleurstelling. Juist niet!

We (ik) zijn al heel lang het slachtoffer van het nogal dominantie idee dat je – om gelukkig – te worden iets heel speciaals moet doen, iets moet presteren, boven de rest uitstijgen, je passie moet volgen, er helemaal voor gaan etc. etc. etc.
Duizenden boeken zijn gepubliceerd om ons te leren dat je alleen gelukkig kunt zijn/worden als je maar …