Een verhaal over mijn leven – 9 –

Is dit een verhaal over mijn leven? Ja, in zekere zin gaat dit verhaal ook over mijn leven, alhoewel het zich er (in de tijd) ver vóór afspeelt. Over voorouders die ik niet (of nauwelijks) heb gekend, zeg maar mijn overgrootouders en daarvoor.
Tot zo’n vijfentwintig geleden had ik daar nauwelijks interesse voor, te druk met andere dingen. Het hoort blijkbaar bij de leeftijd om er zo rond je vijftigste wel belangstelling voor te krijgen.
En dan komt het goed uit dat zoon Michaël ook die leeftijd heeft bereikt. In de afgelopen jaren heeft hij op My Heritage een indrukwekkende stamboom samengesteld (van meer dan 6.200 personen) van onze familie en die van onze partners. Het is dus nu mogelijk om tot ver terug in de geschiedenis te zien wie onze voorouders waren, waar ze woonden en (vaak ook) wat voor beroep ze hadden.

Het grappige is dat die stamboom me heeft laten zien dat mijn familiegeschiedenis er heel anders uitziet dan ik vroeger dacht of liever: had bedacht. Over de voorouders van mijn opa van moeders kant (de familie Van Oostrum) had ik ‘bedacht’ dat dat een arme boerenfamilie in de Limburgse Peel (waar het kerkdorp Oostrum ligt) was, die eind 19de eeuw – door armoede gedreven – met een gezin met veel kinderen helemaal naar Rotterdam waren gelopen, waar ze uiteindelijk in het transportwezen belandden.

Opa van Oostrum, als jonge chauffeur van de familie Louwman aan de Badhuisweg, Scheveningen.

Een mooie fantasie die voor veel arme boerengezinnen in de Peel klopt, zeker als het gaat over het vertrek uit die Peel, maar niet voor de familie van mijn opa. Die stamt af van een (redelijk welgestelde, zo lijkt het) familie van o.a. graanhandelaren uit het midden van het land, in en rond Utrecht.

Over de voorouders van mijn vader heb ik al eens geschreven. We stammen dus niet af van Frederik van Eeden, maar van een opeenvolging van handelsreizigers, kooplieden en kleine ambachtslieden, ook uit het midden van het land. Daar is – op basis van de stamboom – ongetwijfeld meer over te zeggen, maar zover ben ik er (nog) niet ingedoken.

Wel weet ik meer over de vrouwelijke afstammingslijn via mijn moeder. Haar grootmoeder, die wij Omie noemden, heette Tijtje Ackerman, woonde vlak bij ons om de hoek en overleed toen ik tien jaar was. Ik heb haar gekend als een lief oud vrouwtje die de laatste jaren van haar leven in bed lag en verzorgd werd door een dochter. Zij stamt af van een vrij roemrucht geslacht van walvisvaarders op de eilanden Borkum en Helgoland. Al eerder schreef ik over die tak van de familie, mede naar aanleiding van een DNA-test, waaruit bleek dat ik voor een aanzienlijk deel van Scandinavische voorouders afstam.

Mieg heeft inmiddels uitgevonden dat voorouders van Omie van ongeveer 1650 tot ongeveer 1870 eerst op Helgoland en daarna op Borkum (het eerste Duitse Waddeneiland) woonden. Daar was hun hoofdbezigheid walvisvaart. Veel mannen op Borkum keerden niet terug van hun zware tochten richting Spitsbergen, waar ze maanden verbleven. Maar sommigen gelukkig wel, anders had ik dit stukje niet kunnen schrijven. In augustus 2019 vindt de eerste expeditie richting die eilanden plaats, waarover later dus meer.

Advertenties

De kosmische tombola (met Kerst revisited)

Bij het voorbereiden van een speech aan het Kerstdiner (met kinderen en kleinkinderen) kwamen de hiernavolgende gedachten op, die ik uiteindelijk niet heb uitgesproken. Het is allemaal toch wat te ingewikkeld, vandaar de plaatsing hier.
Ook als vervolg op:   Een verhaal over mijn leven – 3 –.

Ieder jaar komt bij mij weer die prangende vraag op: wat vieren we eigenlijk met ons samenzijn op Kerst. Aangezien de meesten van ons (ik bedoel: aan de Kerstdis) niet gelovig zijn, biedt het Kerstverhaal, de ‘blijde’ boodschap, geen uitkomst. Een paar jaar geleden konden we ons nog vastklampen aan het Vliegende Spaghetti-monster (onderwerp van een eerdere Kerstspeech, maar ook dat biedt op den duur te weinig houvast.

Hanneke en ik zijn nu ruim boven de zeventig en je mag eigenlijk toch wel van zulke oude mensen verwachten dat ze weten wat de de zin van het leven, van het bestaan is. Wat staat ons hier te doen tijdens ons korte verblijf op aarde?
Maar daarin moet ik jullie teleurstellen, misschien snapt Hanneke het, maar voor mij blijft zo’n beetje alles wat hier op aarde gebeurt en wat me overkomen is een raadselachtige samenloop van omstandigheden.

Big Bang

Godsdienst helpt niet om meer zicht te krijgen op dat alles, integendeel. Maar misschien brengt de wetenschap uitkomst. Hoe zijn we hier terecht gekomen, hier en nu, met zijn allen? Dat is allemaal begonnen met de Big Bang. De grote oerknal waarmee het hele universum is ontstaan. We weten dat wel, maar realiseren we ons wat dat betekent?

Alles, wij allemaal en al het andere dat bestaat, bevond zich tijdens de Big Bang in een minuscuul klein punt. Alle atomen, moleculen, energie en wat er nog meer is, was samengebald in een ding zo groot als een zandkorrel. En toen … plofte die uit elkaar met een enorme knal, die overigens niet hoorbaar was in het luchtledige. In de miljarden jaren daarna ontstonden de sterren, planeten en kometen en de enorme ruimte waarin ze rondzweven.

En op een van die planeten, onze aarde, ontstond – ook weer na een hele lange tijd – het leven. Dat alles kwam uit dat ene puntje voort. De bouwstoffen van al onze lichamen zaten ooit heel dicht bij elkaar, zo dicht dat niet te begrijpen is hoe dat kon. Het is en blijft een raadsel dat we nooit zullen begrijpen, hoe we ons best ook doen. Ik noem dat de kosmische tombola, al die balletjes die er – op de een of ander manier toe geleid hebben dat we hier nu zijn.

En ons leven is ook eigenlijk een soort tombola. Natuurlijk kan je best – af en toe – wat richting geven aan je bestaan, maar voor een veel groter deel ben je bepaald door je ouders en voorouders, en door alle mensen die vanaf je geboorte om je heen hebben geleefd en gedaan. Je wilt natuurlijk wel van alles, je hebt ambitie, je wilt iets worden en soms lukt dat ook, maar dan heb je ook nog: die eeuwige pech.

Dat is helaas een onderdeel van de kosmische tombola, dat er steeds dingen gebeuren die je helemaal niet wilt. Je klimt in een boom en valt eruit, dat is pech; je valt op het ijs en kunt daardoor geen gitaar meer spelen, juist terwijl je dat nu zo graag wilt. Dat is pech, maar vergis je niet, de hele kosmos zit vol met die pech. Je kan (heel erg) ziek worden, invalide, gepest en ga zo maar door.

Tegelijkertijd is er ook geluk, je kan geluk hebben dat je een vriend of vriendin vindt van wie je houdt, met wie je graag samen bent of op reis gaat. Of je hebt werk dat je bevalt of een hobby, zoals schilderen, tekenen of schrijven, waar je zelf en anderen van kunnen genieten. Het kan ook zijn dat je een studie doet die je bevalt, die wel zwaar kan zijn, maar waar je toch genoegen aan beleeft.
Kortom, het leven is een soort tombola, er komen steeds weer balletjes uit dat ding die pech of geluk betekenen of misschien nog wat anders.
Nogmaals: het hele bestaan is een raadselachtige kosmische tombola, een loterij met nieten, kleine en grote prijzen. En hoe het allemaal zo komt? Geen idee en weinig kans dat we het ooit zullen doorgronden.

De zin van het bestaan?

Dat is: dit onder ogen zien, je er zo goed mogelijk doorheen slaan als je pech hebt en genieten als het je meezit. Iets beters bedenken als je je verveelt of als iets je tegenstaat. Dat is de zin van het bestaan. En vooral: dat alles deel je met je vrienden en familie. Die er zijn om elkaar te helpen, er doorheen te slepen. En die er zijn om samen te genieten.
Om dat – zonder sprookjesverhalen – te ‘geloven’ en ermee om te gaan, daar is moed voor nodig.

Verhalen over mijn leven – 8 –

Op zoek naar Rob van Eedens

Even een kleine excursie voordat we in de Van Eeden stamboom duiken.
Begin deze eeuw had ik (blijkbaar?) een periode dat ik niet veel te doen had en me nogal verveelde. Hoe ik erop kwam weet ik niet meer, later zijn er veel van dergelijke initiatieven geweest, maar ik heb het echt zelf verzonnen op zoek te gaan naar ‘letterlijke’ naamgenoten overal ter wereld. Dus Robs, Roberts en Robbies van Eeden.
Het was in de begintijd van internet, Facebook bestond niet, evenmin Linkedin etc. Het was vooral zoeken via internet in telefoonboeken van allerlei landen, waar zich Van Eedens zouden kunnen bevinden. Nederland natuurlijk, maar ook België, Duitsland en Amerika bleken aardig wat Van Eedens te herbergen. E.e.a. resulteerde in robvaneeden.com dat een summier verslag geeft van die zoektocht.
Gemaakt met Netobjects Fusion, een programma dat op je eigen computer draaide en daardoor allerlei problemen gaf, vooral met updates. Toch bood het de mogelijkheid om relatief makkelijk een site te maken.

In de periode van twee jaar dat ik daar – af en toe – aan werkte vond ik zo’n tien naamgenoten. Een aantal wilde geen verder contact na mails van mijn kant, een aantal anderen wel. Eigenlijk was de meest bijzondere ontdekking, dat er in Zuid Afrika en aangrenzende landen duizenden Van Eedens wonen. Ergens midden 17de eeuw vertrok een zekere Jan Janse van Eeden (in navolging van Jan van Riebeeck) uit het plaatsje Eede in Zeeuws Vlaanderen naar Zuid Afrika. Dat was de eerste Van Eeden daar, nu zijn er meer dan 5.000, bijna net zoveel als in Nederland.
Waaronder ook een Robert Van Eeden, één van de naamgenoten met wie ik nog steeds contact heb, nu vooral via Facebook. Een onderwijzer/leraar die in Kaapstad woont en de laatste jaren geregeld in het buitenland, vooral in Azië les geeft.

Nu zou het veel makkelijker zijn om zo’n zoektocht te organiseren, met alle sociale sites.Via Facebook heb ik nu vijf ‘vrienden’ met dezelfde naam als ik. Maar sinds 2000-2002 heb ik er niet veel aandacht meer aan besteed. Het was toch een wat rare exercitie. Naar wie of wat was ik nou eigenlijk op zoek?

 

 

Verhalen over mijn leven – 7 –

Familie van Frederik van Eeden?

Tot zo’n 10 jaar geleden was ik er stellig van overtuigd (vrij) directe afstammeling te zijn van Frederik van Eeden, de beroemde Tachtiger, pionier in Nederland van de psychoanalyse, oprichter van Walden en nog veel meer. Dat wist ik omdat mijn vader dat altijd vertelde. Ik weet niet precies hoe hij de relatie omschreef, maar het was zoiets als: Frederik van Eeden was een broer van mijn overgrootvader. Niet dat er veel over gepraat werd verder, maar dat is ons (kinderen) altijd duidelijk gemaakt.
Toen ik in 1965 m’n baccalauréat deed op een frans lyceum kon ik Nederlands kiezen als keuzevak. De professor Nederlands aan de Sorbonne die me ondervroeg heb ik omstandig uitgelegd dat ik familie van hem was. Wat er toe leidde dat we vooral over een paar boeken van Frederik van Eeden spraken die in natuurlijk gelezen had, wat leidde tot een hoog cijfer.

Ook toen ik Hanneke leerde kennen, begin jaren 70, wist ik nog steeds ‘zeker’ dat ik familie van Frederik was. En dat was een grappige coïncidentie. Hanneke en ik woonden in een (soort van) commune. En Hanneke’s grootvader (de linkse dominee Pake van Veen) en de ‘broer van mijn overgrootvader’ dus leefden en werkten een tijd samen in de gemeenschap Walden in het Gooi. We voelden ons daardoor extra verbonden; onze voorouders hadden samen gestreden voor een betere wereld, net als wij zeventig jaar later probeerden te doen.

In november 2012 deden Hanneke en ik deze cursus gegeven door Bert Hinnen in het natuurvriendenhuis in Darp. Heel leuk om in een groep een zoektocht te houden naar het verleden van je voorouders met – af en toe – aangrijpende ontdekkingen en verhalen.
Hanneke wist al dat ze ergens een ‘beroemde’ voorouder had: Dorus Rijkers, Helderse mensenreder op zee. Nu vond ze precies uit hoe ze daarmee ‘ geparenteerd’ was, zoals dat in stamboomtaal heet.

Ik concentreerde mijn zoektocht op Frederik van Eeden, maar hoe ik ook speurde, enig verband tussen zijn en mijn familie kon ik niet vinden. De twijfel was toen wel gezaaid.
Helemaal duidelijk werd dat mijn vader abuis was, toen zoon Michaël zich stortte op het maken van onze stamboom. Inmiddels is hij zo’n beetje begin 1700 aangekomen, maar een relatie met de stamboom van Frederik van Eeden (die we ook hebben uitgezocht) is er niet.
Eigenlijk niet zo gek dat mijn vader – ook op dit gebied – de waarheid niet hoog in het vaandel had, maar daarover later.

Verhalen over mijn leven – 6 –

Inmiddels is de kop van dit bericht veranderd in ‘Verhalen …’, want een aaneengesloten verhaal over mijn leven wordt het niet. Wel korte en langere verhalen over periodes, ontmoetingen, werk, familie, relaties etc.
En ik vind het toch nodig om niet direct over mezelf te beginnen, maar over mijn voorouders en wat ik daar (misschien, wellicht) van heb overgehouden/meegekregen.

Niet ouder dan zestig?

Dit alles schrijf ik in ‘reservetijd’, want vanaf mijn – ik schat – vijftiende dacht ik dat alle mannen in mijn familie vroeg doodgingen en zouden gaan, zo rond hun zestigste. Ik heb ook jaren verkondigd niet ouder dan zestig te worden. Mijn vader stierf op zijn zestigste, zijn vader ook vrij jong en mijn opa van moeders kant stierf toen hij 67 was. Maar hoe dichter die leeftijd naderde, hoe onwaarschijnlijker het werd dat ik die niet zou overleven. Nu, twaalf jaar later denk ik zelfs nog wel een tijdje te gaan te hebben.

Mijn aanvankelijke idee (dat iedereen in mijn familie niet ouder dan zestig werd) klopte niet, helemaal niet, bleek later toen zoon Michaël een uitgebreide stamboom had gemaakt, waaruit duidelijk werd dat de overlijdensleeftijd van m’n voorouders (acht generaties) via mijn vader gemiddeld 67 is. Met nauwelijks verschil tussen mannen en vrouwen en uitersten zijn 53 en 75 jaar. Via mijn moeder werden de mannelijke voorouders gemiddeld 63 en de vrouwen 77 werden. Met uitersten van 35 en 94.

Hoe lang dan wel?

Via mijn vader een vrij consistent beeld van gemiddeld 67 jaar en via mijn moeder gemiddeld 70 jaar, maar sterk uiteenlopend en voor mannen wat lager.
Als ik naar het leven van mijn vader kijk, dan zie ik een man die veel stress had, pieken en diepe dalen in zijn leven, zwaar rokend, veel drinkend en etend (variërend van 95 tot 110 kilo). Waarschijnlijk lijdend aan hoge bloeddruk zonder daarvoor medicatie te krijgen. Zo erg heb ik het nooit gehad gelukkig. Mijn moeder (van wie ik veel heb, denk ik, bijvoorbeeld het haar, immer redelijk zwart), was ook lang een zware roker, drinker en gebruiker van allerlei tranquillizers. Toch werd ze tachtig. Zo bont als zij heb ik het ook niet gemaakt.

Wat zegt dat eigenlijk? Niet veel, maar dat ik nog een aantal jaren te gaan heb op mijn 72ste is – ijs en weder dienende – waarschijnlijk. De 80 zou ik moeten kunnen halen, misschien iets minder of – wie weet – iets meer. Nog 5 tot 10 jaar te gaan dus, laten we het daar maar op houden. Overigens bevestigd door het CBS die statistisch berekent dat ik als man nog 10,2 jaar te leven heb op mijn 72ste.

Een verhaal over mijn leven – 5 –

Oplettende lezers van dit vreemde blog zullen inmiddels wel denken: wanneer begint die vent nou eens met dat verhaal? We krijgen wel allerlei – min of meer – vaag geklets over ons heen over middelmatigheid, over plantaardig leven, de oerknal en wat al niet, maar waar blijft het verhaal over dat leven van Rob nou?

Dames en heren, ik moet u gelijk geven, dit duurt te lang. Wat is er aan de hand? Waar zit de weerstand om gewoon beginnen te vertellen hoe mijn leven zo’n beetje verlopen is? Het ligt er niet aan dat er misschien weinig ‘publiek’ is voor dit verhaal. De familieleden (en enkele anderen), waarvan ik verwacht dat ze het zouden willen lezen, zijn voldoende reden om aan de slag te gaan.
Nee, de weerstand zit erin dat dit voor mij echt een soort samenvatting van alles zal zijn, een definitief oordeel. Hoe ben ik hier gekomen? Wie ben ik geweest, wat heb ik gedacht en gedaan en wat is het eindresultaat van dat alles?

Ik moet toegeven dat het begrip middelmatigheid misschien wel een manier van me is geweest om me op voorhand vrij te pleiten van de periodes waarin ik (te) weinig of niets heb bereikt. Anders gezegd, zoals ik laatst tijdens een gesprek met drie dames ontdekte, als ik eerlijk ben, had ik meer willen bereiken dan ik héb bereikt. Het spijt me dat ik mijn energie, talenten en intelligentie lang niet altijd goed heb gebruikt, maar achter andere dingen heb aangerend zonder veel na te denken.
Maar hierbij beloof ik dat het afgelopen is met dat ellenlange voorwoord zonder kop noch staart. Vanaf de volgende post volgt het concrete verhaal van mijn leven.

Een verhaal over mijn leven – 4 –

Van vriend Jaap kreeg ik een uitgebreide reactie op het vorige stuk (- 3 -) met dit onderwerp. Hieronder mijn antwoord aan hem.

Beste Jaap,

Dank voor je uitgebreide reactie. Het komt maar zelden voor dat lezers van m’n blog me zo’n reactie sturen. Ik stel dit bijzonder op prijs en doe hierna een poging antwoord te geven op de verschillende punten die je aan de orde stelt.

Wat mijn motivatie is?

Je valt direct met de deur in huis door die vraag te stellen. Waarom een verhaal, of erger nog: een ‘evaluatie’ als ik blijkbaar al tot een conclusie ben gekomen?
Laat ten eerste dat woord ‘evaluatie’ maar vallen. Dat had ik beter niet kunnen gebruiken. Het gaat me er eigenlijk om een verhaal op te schrijven dat wellicht de moeite waard is om gelezen te worden door mijn zonen en hun kinderen, Hanneke, haar kinderen, enkele familieleden en vrienden en – wie weet – nog andere belangstellenden. Niet als een verantwoording of evaluatie, maar als een verhaal dat hopelijk iets toevoegt aan wat ze al van me weten. Een nadere kennismaking, zeg maar. Voor na mijn dood, maar ook voor nu, voorzover al beschikbaar via dit blog.

Daarbij komt zeker mijn middelmatigheid (of de veronderstelling daarvan) aan de orde. Ik vind het zinvol juist daarover te schrijven, omdat middelmatigheid een te negatieve klank heeft en überhaupt niet de moeite lijkt om het over te hebben. Wat ik nu juist wel vind. Maar ik geef toe dat het allemaal wat verwarrend overkomt.

Eerst doen, dan denken

Dat heeft te maken met een typische eigenschap van me: eerst doen, dan denken. Ik zal waarschijnlijk op mijn 72ste niet veel meer veranderen op dat vlak. Mijn hele leven ben ik vaak ergens pardoes ingesprongen zonder veel nadenken, laat staan overwegen. Iets sprak me aan, het voelde goed, dus deed ik het. Vaak kwam ik er pas later achter wat het precies inhield waarvoor ik ‘gekozen’ had. Soms ook ontdekte ik dat er eigenlijk iets achter stak, wat ik niet wist toen ik ervoor ‘koos’, maar wat wel waardevol bleek te zijn. Overigens bleek ook vaak dat ik beter niet had kunnen beginnen aan zo’n impulsieve keus.

Dat je zo ‘leeft’ tot je zo’n beetje meerderjarig bent, is – op enkele uitzonderlijke mensen na – vrij normaal. Maar ook na mijn 20ste heb ik nog vele jaren van alles gedaan, zonder er goed bij na denken. Trouwen bijvoorbeeld. Wel begrijpelijk dat ik dat zo snel deed, na de rampspoed en ellende die zich in mijn ouderlijke gezin had afgespeeld de laatste jaren van m’n middelbare school.
Maar ook de studiekeuzes die ik maakte. Als ik daaraan terugdenk, waren die meer ingegeven door – eerst – de richting waarin mijn ouders me duwden (ingenieur worden), later door vrienden die culturele antropologie studeerden, weer later door een gewaardeerde relatie die me stimuleerde af te studeren als bedrijfssocioloog in Rotterdam. Allemaal keuzes die ik niet doordacht. Ik heb best veel aan die studies gehad, maar echt bij me passen deden ze niet. Pas veel later kwam ik erachter welk werk ik echt zinvol vond en waarin ik ook redelijk goed ben geworden.

Ik rotzooi maar wat aan

Ik zou middelmatigheid niet als een geuzennaam willen zien, omdat het geen keuze is, het overkwam me. Karel Appel rotzooide wel wat aan, maar dat deed hij – denk ik – heel bewust. Bij mij was dat niet zo. Niet dat ik denk dat het in mijn geval (en vele anderen) meer bewuster had kunnen of moeten gaan, maar het is en was een vrij willekeurig en door van alles gestuurde ontwikkeling, waar vaak best iets aardigs is uitgekomen, maar af en toe ook weinig fraais. Inderdaad zoals je de ontwikkeling van een boom beschrijft. Die hier aan de kust scheef staat door de westenwind, wat hij ook koos of (zogenaamd) wilde. Of waarvan een grote tak verdort door de droogte en afbreekt.

Jou zit die middelmatigheid niet helemaal lekker. Het spijt me dat ik het niet duidelijker kan zeggen, maar dat is nu precies wat ik aan de orde wil stellen. De meesten van ons (zoals in de normaal-curve boven dit blog) zijn gewoon middelmatig, maar dat is niet negatief, we vormen de overgrote meerderheid. Juist het besef van middelmatigheid kan me – denk ik – wat verder helpen in de richting van meer bewuste keuzes en richting. Maar nu draai ik in een kringetje rond, want als ik Oudemans moet geloven (waartoe ik geneigd ben) dan heeft het stellen van doelen überhaupt geen zin, omdat het in het leven toch allemaal anders (middelmatiger!) loopt.

Ja, en het is nodig om ‘middelmatigheid’ nader te omschrijven. Maar daarover later, want eenvoudig is dat niet. Langzamerhand vraag ik me ook af of middelmatigheid eigenlijk wel de juiste term is om duidelijk te maken wat ik wil zeggen/voel. Het onderwerp middelmatigheid (als blog) ben ik eigenlijk ook ingesprongen zonder er wat langer over na te denken. Hier zit ik, ik kon blijkbaar niet anders.
Wel weet ik dat het niet om het vergelijken gaat met anderen, Einstein of niet. Het gaat meer over hoe het leven en levens als de onze in elkaar zitten, hoe die zich ontwikkelen. Woorden die daarmee te maken hebben zijn: willekeur, toeval, (on)geluk. Heel gewoon, met misschien af en toe een uitschieter naar de goede of de slechte kant. En of ik daar nu echt voor gekozen hebt?

Zijn

Ik begrijp enigszins wat je zegt over ‘zijn’ en Heidegger. Maar zelf heb ik moeite om te zeggen: ik ben, en dat is me voldoende of daar geniet ik van. Misschien zal het daarop uitdraaien; ik denk dat jij daar verder in bent dan ik.

Zo langzamerhand staat mijn ‘autobiografie’ in de stijgers. Het zal meer een aantal autobiografische verhalen worden.
Binnenkort komen daar stukken van op papier en op dit blog te staan.
(wordt vervolgd)